Current track

Title

Artist

Current show

Xclusif Live

00:00 06:00

Current show

Xclusif Live

00:00 06:00


Mysterieuze verduistering reuzenster Betelgeuze veroorzaakt door enorme uitbarsting heet materiaal

Written by on 15 augustus 2020

Het team van Dupree begon de Hubble begin vorig jaar te gebruiken om de reuzenster te analyseren. Hun waarnemingen maken deel uit van een driejarige studie met de Hubble om veranderingen op te volgen in de buitenste atmosfeer van de ster. Betelgeuze is een variabele ster die uitzet en samentrekt, en daarbij helderder en minder helder wordt, volgens een cyclus van 420 dagen. 

De gevoeligheid van de Hubble voor ultraviolet liet de onderzoekers toe de lagen van de atmosfeer boven het oppervlak van de ster te onderzoeken. Die lagen zijn zo heet – meer dan 11.000 graden Celsius -, dat ze niet waargenomen kunnen worden in zichtbaar licht. Ze worden voor een deel verhit door de turbulente convectiecellen van de ster die naar het oppervlak opborrelen. 

De Hubble-telescoop onderzocht ook de buitenste lagen van de atmosfeer door in het begin en op het einde van 2019 en in 2020 de spectraallijnen te meten van het magnesium II-ion. Vanaf september tot en met november 2019 konden de onderzoekers daarmee materiaal opmeten dat met een snelheid van meer dan 300.000 km/u vanop het oppervlak van de ster de buitenste atmosfeer inschoot.  

Dit hete, dichte materiaal bleef zich verwijderen van het oppervlak van Betelgeuze tot het miljoenen kilometer van de kolkende ster verwijderd was. Op die afstand koelde het materiaal voldoende af om stof te vormen, zo zeiden de onderzoekers. 

Deze interpretatie is consistent met de ultraviolet waarnemingen van de Hubble in februari 2020, die tonen dat het gedrag van de buitenste atmosfeer van de ster opnieuw normaal geworden was, hoewel beelden in zichtbaar licht nog steeds toonden dat de ster minder helder was. 

Hoewel Dupree niet weet wat de uitbarsting veroorzaakt heeft, denkt ze dat die geholpen werd door de pulsatiecyclus van de ster – het uitzetten en inkrimpen -, die normaal bleef voortgaan tijdens de gebeurtenis. 

Duprees mede-auteur van de studie, Klaus Strassmeier van het Leibniz Institute for Astropysics Potsdam, gebruikte STELLar Activity (STELLA), de geautomatiseerde telescoop van het instituut, om veranderingen te meten in de snelheid van het gas op het oppervlak van de ster terwijl dat naar boven kwam en daalde in de pulsatiecyclus. De ster was aan het uitzetten in haar cyclus op het ogenblik dat de convectiecel opborrelde. Volgens Strassmeier kan de pulsatie die over Betelgeuze naar buiten toe golfde, geholpen hebben om het vrijgekomen plasma door de atmosfeer te katapulteren.

Dupree schat dat in de drie maanden van de uitbarsting zo’n twee keer de normale hoeveelheid materiaal verloren is gegaan, alleen al van het zuidelijk halfrond van de ster. Betelgeuze verliest, net als alle sterren, constant massa. In het geval van Betelgeuze gaat het om 30 miljoen keer meer materiaal dan bij onze zon. 

Betelgeuze staat zo dicht bij de aarde en is zo groot, dat de Hubble in staat is om bepaalde kenmerken van het oppervlak te onderscheiden. Dat maakt van de rode reus de enige ster, naast onze zon, waarop we details van het oppervlak kunnen zien.

Beelden van de Hubble die Dupree in 1995 genomen heeft van Betelgeuze, toonden voor het eerst een gevlekt oppervlak met enorme convectiecellen, die uitzetten en samenkrimpen, wat maakt dat ze helderder en minder helder worden.