Current track

Title

Artist

Current show

Xclusif Non-Stop

06:00 18:00

Current show

Xclusif Non-Stop

06:00 18:00


Bruisende plekken: het begon in Oostende met een paviljoentje en eindigde met een kustlijn vol appartementen

Written by on 10 augustus 2020

Op geen enkel typerend beeld van de Belgische kust hoort de eindeloze muur van flatgebouwen te ontbreken. Ze staat er als een omheining rond de Noordzee. Dat het niet altijd zo geweest is, is vanzelfsprekend. Dat de monotone dijkbebouwing nagenoeg even oud is als het land België, is veel minder geweten. Het begon net na 1830 met een Engels paviljoen in Oostende. Het Pavillon Anglais was wellicht het allereerste gebouw dat zich vanop een dijk aan de Noordzee toonde. De verovering van de zeedijk barstte los in Oostende, precies tussen het Casino Kursaal en ’t Klein Strand van Oostende.

Het Pavillon Anglais op de zeedijk in Oostende in 1830

Tot in het begin van de negentiende eeuw was er geen bebouwing aan het strand van de Belgische kust. Er was hooguit een vuurtoren, een douanewachtpost of een militaire uitkijk. Steden en dorpen lagen dieper in of achter de duinen. Dijken werden uitsluitend gebouwd als versterking tegen de wispelturige zee. Oostende bouwde al heel vroeg een opgehoogde stenen dijk. De stad lag diep teruggetrokken achter de dijk, achter de stadsgracht en een omwalling. 

Paleis met torens

Veel is niet geweten over het Pavillon Anglais. Het heeft dan ook niet lang bestaan. Zelfs in het Oostends kadasterarchief is niets meer terug te vinden. Om te weten hoe het paviljoen eruit zag moet afgegaan worden op een zeldzame prent. Het gebouw stond op de in 1820 verstevigde stenen dijk. In de rug lag de Noordermolen, een  windmolen die bovenop het bolwerk van de stad stond. Het Pavillon Anglais leek op een paleis met sierlijke torens aan de uiteinden. Het had een bar, een leessalon, een speelzaal en verschillende kamers met baden. Maar eigenlijk was de constructie niet meer dan wat hout en stukwerk.

Alexander Dumarey

Oostende was al eeuwen een militaire en strategische vestingsstad. Het Ministerie van Oorlog verplichtte nog steeds om te bouwen in hout. Elk bouwwerk moest in geval van oorlogsdreiging meteen afgebroken kunnen worden. Pas in 1865 verdween de verplichting en werd het eerste hotel in steen opgetrokken.

Mogelijk was het Pavillon Anglais geïnspireerd op de oosterse stijlkenmerken van het Royal Pavilion in de Britse kuststad Brighton. De “Société du Pavillon et des Bains” richtte het badgebouw op met de steun van de Engelse consul Gaspard Fauche. Het verklaart waarschijnlijk de naamgeving. Het paviljoen had dan ook alles met Engeland te maken. 

Pioniers van het toerisme

De Engelsen waren de pioniers van het toerisme. Daar waren verschillende reden voor. De industriële revolutie kwam in Engeland sneller op gang. In geen enkel land groeide het spoorwegnet zo snel. De mobiliteit ging peilsnel vooruit. Engelse burgers hadden al eeuwen vertrouwen in de zee en maakten deel uit van een grote zeenatie. Na de val van Napoleon voelden ze zich ook weer helemaal welkom op het continent. Tenslotte waren er nog hun uitdijende industriesteden. De luchtvervuiling en de overbevolking deed het gefortuneerde deel van de bevolking snakken naar betere oorden. Toerisme werd een neveneffect van de industrialisering.

Het einde van de Christinastraat aan de Zeedijk

Alexander Dumarey

Rond 1784 streek de Engelse ondernemer en herbergier William Hesketh neer in Oostende. Naast het Westerstaketsel plaatste hij mobiele badhuisjes en richtte hij een strandtaverne in. Hesketh was daarmee waarschijnlijk de eerste man die aan de Belgische kust vergunde en betaalde stranddiensten organiseerde. Of het ook een idyllisch strand was? De plek, het huidige “Klein Strand” werd de Vuylspothaven genoemd omdat er zoveel resten en vuil uit de zee aanstroomden.

Baden en kuren

De Engelsen zouden de volgende decennia Oostende blijven bejegenen. Ze organiseerden er strandanimatie, de eerste paardenwedrennen en de eerste zeilregatta’s. Voor de grote investeerders was het echter wachten op de Belgen zelf. Pas toen de “haute finance” uit Brussel, Brugge of Wallonië de kust ontdekte, startte de bouw van hotels, pensions en villa’s op de zeedijken. De kolonisatie van de kust was niet meer dan een kwestie van de jaren.

Zicht op Oostende ergens tussen 1830 en 1865

Het kon helemaal niet meer mislopen toen de nieuwe koning Leopold I en zijn familie de kust ontdekten als zomerresidentie. In hun zog kwam de stedelijke aristocratie die kapitaal en vrije tijd had, en warm gemaakt werd voor de nieuwe badcultuur.De medische wetenschap van de negentiende eeuw was ervan overtuigd dat zeelucht en -water het menselijk gestel versterkten tegen allerlei kwalen, en vooral de verstikkende stadslucht. Ze schreven koude en warme zeewaterbaden voor, lucht- en zonkuren, stort- en onderdompeltherapieën.

Van houten naar stenen tijdperk

Hoeveel zomerseizoenen het Pavillon Anglais getrotseerd heeft, is niet exact geweten. Wel is zeker dat het paviljoen een storm niet overleefde. Het puin kwam terecht in de achterliggende stadsgracht. In 1834 werd het al minder bescheiden Pavillon des Bains gebouwd, na koninklijk bezoek omgedoopt tot Pavillon Royal. Meer paviljoenen volgden, de zeedijk zou verlengd en verbreed worden en geleidelijk uitgroeien tot een boulevard van houten huisjes. In 1851 werd begonnen met de bouw van het eerste en prestigieuze Kursaal, een echt stenen bouwwerk op de dijk. Waarna het stenen tijdperk van de Belgische Noordzeekust helemaal kon losbranden. In 1878 werd zelfs beslist dat alle houten paviljoenen voorgoed van de zeedijk moesten verdwijnen.

Het Kursaal in Oostende

Alexander Dumarey

Wie nu wil gaan staan op de plaats waar het allemaal begon, waar Pavillon Anglais lag, moet zich begeven op de huidige Albert-I-promenade, zo ongeveer waar de Christinastraat eindigt op de Zeedijk.

Volg onze fotograaf op Instagram