Current track

Title

Artist

Current show

Xclusif Non-Stop

06:00 18:00

Current show

Xclusif Non-Stop

06:00 18:00


KU Leuven-rector Sels wil geen “volkstribunaal” in zaak-Reuzegom: “Beslissingen baseren op betrouwbare informatie”

Written by on 4 augustus 2020

Bij het lezen van het relaas van de vreselijke tweedaagse van de Reuzegomdoop blokkeerde ook mijn brein regelmatig. Er is geen twijfel aan: gerechtigheid moet hier geschieden. Dat is wellicht de enige houvast die de familie en vrienden van Sanda Dia rest. Precies om die reden riep ik vorige week in een opiniestuk in De Standaard op om de sereniteit te bewaren en het gerecht de ruimte te geven om te doen wat het hoort te doen met het oog op justice for Sanda. Het heeft niet mogen baten. Laten we er toch over waken geen volkstribunaal te installeren nog vóór het gerecht zelfs maar de cruciale stap van onderzoek naar verwijzing naar de rechtbank heeft kunnen zetten.’

Zo’n trial by media kan wel degelijk het recht op een eerlijk proces schaden. Verschillende kanalen brachten een portret van een aantal studenten en hun families, met voornaam en de eerste letter van de familienaam. Waarom doen ze dat? Om identificatie te vergemakkelijken? We zijn dus niet goed bezig. Al heb ik er vertrouwen in dat de rechterlijke macht onpartijdig en onafhankelijk is en afstand zal nemen van wat er op sociale media en in opinies is gezegd.

Waarom reageer ik dan toch zelf nog eens? Omdat in deze mediastorm een aantal cruciale elementen niet altijd correct en soms helemaal fout worden weergegeven.

Zo beweren sommigen, waaronder mijn voorganger, collega Rik Torfs, dat de universiteit drastischer had moeten optreden tegen studentendopen, en dat het dodelijke incident hét moment was om voorgoed komaf te maken met vernederende rituelen en machtsmisbruik in studentenclubs.  Ik nodig al die personen uit om het doopcharter te lezen dat we met de Leuvense partners, de politie, de hogescholen, en de erkende studentenverenigingen al jaren hebben en dat we na de dood van Sanda nog behoorlijk hebben aangescherpt. We hebben ervoor gezorgd dat, na jaren gebakkelei met ongrijpbare clubs, zij dit nu ook als kader hebben aanvaard. Omdat ze begrijpen dat ze allen student zijn van instellingen waar ze zich in hun gedragingen engageren tot eerbied voor de menselijke persoon, zowel binnen als buiten de onderwijsgemeenschap. Dat is de preventieve aanpak die écht van tel is als we willen voorkomen dat er nog Sanda’s volgen.

Advocaat Sven Mary insinueerde dat slechts drie Reuzegommers de door de universiteit toegekende taakstraf hebben moeten uitvoeren. Dat is manifest onjuist. Alle betrokken studenten zijn geschorst en konden de schorsing opheffen door een opdracht te vervullen van 30 uren die maatschappelijke meerwaarde zou hebben. Dat hebben ze gedaan. En dat hebben we opgevolgd. Er zijn daarnaast ook vele uren besteed, zowel individueel als in groep, om hen te doen inzien tot welke waanzin groepsdruk en zinledige tradities kunnen leiden.

Verder moet ik vaststellen dat mijn oproep tot sereniteit niet  altijd is overgekomen zoals ze bedoeld was. Voor de KU Leuven is de kous niet af. Het is niet zo dat we alles nu helemaal in handen leggen van het gerecht. Voor de KU Leuven was vanaf minuut één duidelijk dat het hier wellicht om strafbare feiten ging. Om dat te beoordelen en zonodig te veroordelen hebben we een gerechtelijk apparaat. We verwachten van het gerecht dat het doet waar het goed in is: onderzoeksdaden stellen waartoe wij niet gemachtigd zijn, de ernst van de feiten inschatten op basis van bewijsmateriaal en differentiëren in graad van verantwoordelijkheid indien daar redenen toe zijn. Dat is de informatie waar ook wij op wachten. En we willen beslissingen enkel baseren op betrouwbare informatie. Dat wil overigens niet zeggen dat er geen emotie speelt, maar die mag toch niet de basis zijn van zo’n zware beslissingen?

In het verlengde daarvan is het belangrijk de bevoegdheden van een universiteitsbestuur goed in te schatten. Onze tuchtprocedure dient niet om misdrijven te onderzoeken, te vervolgen en te veroordelen. Dat is een bevoegdheid die de rechterlijke macht toekomt. Gelukkig maar, want die macht behelst ook het ontnemen van vrijheden en rechten. Nogal wat opiniemakers maken dat onderscheid niet en roepen de universiteit in feite op om zich ook rechterlijke macht toe te eigenen en de betrokkenen dadelijk het recht op onderwijs te ontnemen.

Zeg ik daarmee dat dit onmogelijk is? Dat de Reuzegomleden onder alle omstandigheden lid kunnen blijven van deze universiteit? Neen, dat zeg ik niet. Welk signaal zouden we daarmee aan alle studenten en collega’s immers geven? Dat het er allemaal niet toe doet wat de strafrechter beslist? Natuurlijk doet dat ertoe, maar dan moeten we daar wel eerst zicht op krijgen. En laten we niet vergeten: “Iemand is onschuldig tot zijn schuld werd bewezen na een fair proces. Ook als emoties hoog oplaaien is dat principe onaantastbaar” (Rik Torfs, tweet 27 september 2018). Alvast op dat punt ben ik het met onze oud-rector eens. Dus vooraleer we zo’n zwaarwichtige beslissingen nemen en iemand uitsluiten van onze instelling, wil ik glasheldere informatie en een goed zicht op hoe het gerecht de individuele verantwoordelijkheid inschat. We hebben als universiteit precies als missie om onderwijs en vorming te verstrekken voor wie dat het meest nodig heeft. Daar springen we dus best niet lichtzinnig mee om.

Ten derde krijgen we vragen over het feit dat we ons nog geen burgerlijke partij hebben gesteld. Je stelt jezelf burgerlijke partij als je (ook) een rechtstreeks slachtoffer bent in een zaak, zoals de ouders van Sanda. Alhoewel de hele KU Leuven gemeenschap persoonlijk aangegrepen is en blijft door de dood van Sanda is dat nog iets anders dan slachtoffer in de juridische zin. Op basis van informatie waarover we op dit moment beschikken, is KU Leuven volgens ons geen direct slachtoffer in deze zaak, maar dat kan met nieuwe informatie veranderen. Dat de KU Leuven in het strafproces een afwachtende houding heeft ingenomen, betekende helemaal niet dat ze haar eigen verantwoordelijkheid als tuchtoverheid voor haar eigen studenten wilde ontlopen. Maar tijdens gesprekken met de Reuzegomleden vlak na de tragische gebeurtenissen bleek hoezeer het (toen net opgestarte) strafonderzoek op de achtergrond al meespeelde in hun houding. Zij wensten geen verklaringen af te leggen met impact voor het strafonderzoek. Wat zou dat geweest zijn als we ons als tuchtinstantie formeel ook als hun slachtoffer en dus hun tegenpartij in dat strafproces (want dat is een burgerlijke partij) hadden aangemeld? Gingen we meer oprechte, volledige of nuttige antwoorden gekregen hebben? Het tegendeel zou wellicht het resultaat geweest zijn. Wel zijn we altijd van plan geweest om als er aan het einde van het strafonderzoek een doorverwijzing door de raadkamer zou volgen, ons nogmaals te melden bij het parket om inzage in het dossier te vragen. Dat is ondertussen ook gebeurd. Het komt de procureur nu toe om de opportuniteit hiervan te beoordelen en ook dat zullen wij respecteren.

Want, en daarmee wil ik besluiten: emoties liggen vaak heel dicht bij engagement, ik voel het bij mezelf en respecteer het dus bij anderen, ook in de vele reacties die ik nu over me heen krijg. Maar verontwaardiging als drijfveer moet, als het op de rechten van anderen aankomt in evenwicht gehouden worden door de beginselen die de grondslagen vormen van de rechtstaat.